Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW-4) gepubliceerd

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW-4) gepubliceerd

Leerling(en) in dienst? Denk om Subsidieregeling praktijkleren

Ondernemers kunnen met de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) een groot deel van hun loonkosten vergoed krijgen als ze verwachten ten minste 20% omzet te verliezen. Eerder schreven we een artikel over het invoeren van een omzetplafond voor de NOW en de verwachting voor het vierde kwartaal.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft nu de NOW-4 gepubliceerd. Hoewel het de zesde tranche van de NOW betreft, heeft de regeling de naam NOW-4 gekregen.

NOW – 4

Ten opzichte van de NOW 3 geldt in het derde kwartaal van 2021 een omzetverliesplafond. Het op te geven omzetverlies voor de berekening van de hoogte van de NOW wordt begrensd op 80%.

Een hoger verwacht of gerealiseerd omzetverlies dan 80% leidt niet tot een hoger subsidiebedrag. Het subsidiepercentage blijft 85. Dit betekent dat een bedrijf met een omzetverlies van 80% of meer subsidie krijgt voor 68% (80 x 85%) van de loonkosten. Voor bedrijven met een omzetverlies van 20 tot 80% verandert er niets ten opzichte van de eerdere regeling.

Omzetverliesdrempel 

Evenals in de NOW-1, -2 en -3 geldt een omzetverliesdrempel van 20%. De forfaitaire opslag voor werkgeverslasten van 40% blijft in stand. Ook de maximering van het in aanmerking te nemen loon blijft hetzelfde, namelijk tweemaal het maximum dagloon (€ 9.812,30 per maand).

Loonsom 

Ook onder de NOW-4 mag de loonsom met 10% dalen zonder gevolgen voor het subsidiebedrag.

Derdenverklaring

Onder de NOW-4 is een derdenverklaring nodig vanaf € 40.000 aan voorschot of definitief subsidiebedrag. Een accountantsverklaring is vereist wanneer het voorschot of de definitieve subsidie € 125.000 of meer bedraagt.

Aanvragen NOW-4

Een aanvraag voor de NOW-4 kan tot en met 30 september 2021 worden ingediend bij het UWV. De aanvraag doe je via de website van het UWV.

Bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid